Leerlingen van vwo-Xtra krijgen eind oktober hun eerste rapport.
Een rapport bestaat uit twee delen: een cijferrapport en een intelligentierapport.

Het is de bedoeling dat in de eerste periode de meeste intelligenties aan de orde zijn gekomen, zowel in het lesaanbod als in de toetsing. De afspraak is dat op jaarbasis alle intelligenties bij alle vakken moeten zijn “aangeraakt”. Maar natuurlijk wordt de logisch-wiskundige intelligentie bij wiskunde vaker gebruikt dan bij een taal. En komt de visueel-ruimtelijke intelligentie bij Arts meer aan de orde dan bij aardrijkskunde.

De leerlingen maken aan het begin van het eerste schooljaar via twee zelftesten een nulmeting van hun intelligentieprofiel. Het is de bedoeling dat een leerling zich ontwikkelt in elke intelligentie, vooral in de intelligentie die niet zijn favoriet is of waar hij moeite mee heeft.

Rapport 1
Een aantal voorbeelden van de stand van zaken betreffende fictieve leerlingen X, Y en Z.

Taalkundige intelligentie:
X scoort gemiddeld. Spelling en grammatica blijven iets achter. Hij zal hier veel mee moeten oefenen. X kan goed luisteren naar een woordelijke uitleg en kan aan anderen goed iets uitleggen.

Logisch-wiskundige intelligentie:
Y kan problemen oplossen en in logische stappen werken. Hij kan een realistische planning maken.
Visueel-ruimtelijke Z heeft creatieve verbeeldingskracht. Hij moet nog iets meer leren hoe hij aan een complexe opdracht moet werken.

Lichamelijk –motorische intelligentie:
Y’s evenwicht en coördinatie behoeven verbetering, hij lijkt nu wat onzeker van zichzelf. Hij kan goed van losse onderdelen iets maken. Zijn handschrift is zeer onregelmatig en slordig.

Interpersoonlijke intelligentie:
X  is betrokken bij de groep en houdt zich aan de afspraken. Hij kan luisteren en anderen laten uitpraten. Hij levert zijn deel in verhouding tot de groep.

Intrapersoonlijke intelligentie:
Z kijkt niet altijd kritisch naar eigen handelen en heeft soms moeite met zelfstandig werken. Hij weet wel van zichzelf te benoemen waar hij goed in is.

Opmerkingen:
X is een rustige jongen, die positief naar anderen toe is. Hij zou wat meer vragen kunnen stellen. Nu is het soms moeilijk te peilen wat hij begrepen heeft.

Het gaat er dus om dat er 'beweging' zit in de ontwikkeling van de leerling. Daarom stimuleren we leerlingen om bij keuzeonderdelen ook de intelligenties uit te proberen, die hem nog niet zo goed afgaan. Een leerling die altijd kiest voor Powerpointpresentaties (visueel en lichamelijk-motorisch) over een onderwerp en nooit voor het schrijven van een essay of een gedicht (intrapersoonlijk en taalkundig), zal daar toch mee aan de slag moeten.

Zoeken
 
rapportrapport