DE HEKS EN WISKUNDE, EEN HEEL GEWONE COMBINATIE? Begin november 2008 maakten we, de leerlingen van vwo-Xtra en ik, een begin met het hoofdstuk over negatieve getallen. Bij ieder onderwerp tot nu toe verzorgt een van de leerlingen een korte inleiding op het hoofdstuk. Daarmee wordt het kort presenteren van iets geoefend en tegelijkertijd oefent de groep hiermee het geven van reflectie.
Werken met i-clips. Net als bij ieder onderwerp, werkten de leerlingen ook bij dit onderwerp met i-clips. Bij negatieve getallen kan daar veel gebruik van gemaakt worden. Aan de hand van animaties van een heks die met koude en warme blokjes in een heksenketel aan het kokkerellen is, wordt uitgelegd hoe je kunt optellen en aftrekken met negatieve getallen. Zo wordt uitgelegd dat 4 minus -3 gelijk is aan 7: de heks haalt uit een ketel (de bewerking ‘aftrekken’) waarin de temperatuur 40C is (het getal 4 van het sommetje), drie koude blokjes (het getal -3 uit het sommetje). Door dit te doen wordt het 30C warmer in de ketel, dus het antwoord is 7. Het duurt even om dit uit te schrijven, maar het in herinnering brengen bij de leerlingen van de heks doet wonderen! Bij I-clips worden de logisch-wiskundige, de visueel-ruimtelijke en de naturalistische intelligentie aangesproken.
Spel met oefeningen. Om een bepaalde vlotheid te bereiken met de verschillende rekenkundige bewerkingen, hebben we een spel gespeeld. Het doel van het spel: rekenen met haakjes, vermenigvuldigen, delen, optellen, aftrekken en dat met positieve en de nieuwe negatieve getallen en ook nog eens foutloos. Het spel werkte als volgt: iedere leerlingen krijgt een aantal kaartjes met op de voorkant een sommetje en op de achterkant een niet bij het sommetjes horend antwoord. Eén leerling begint met het oplezen van een sommetje, de andere leerlingen kijken of ze het antwoord erop op een kaartje hebben staan. Degene die het antwoord op een kaartje heeft staan noemt het volgende sommetje enz.
Omdat er dan op veel meer intelligenties een beroep wordt gedaan, blijkt een redelijk simpele oefening toch nog een hele klus. Luisteren naar elkaar, visualiseren wat gezegd wordt, toepassen van het geleerde, weer terugbrengen van dat beeld in je hoofd naar de kaartjes waarop de onderdelen van het spel stonden. Het spel hebben we tweemaal gespeeld. De eerste keer op een moment dat de leerlingen zich nog maar halverwege het leerproces bevonden, de tweede keer toen ze zich het onderwerp hadden eigen gemaakt.
Gedicht over meneer van Dalen. Tot slot hebben we het onderwerp nog wat verrijkt met poëzie, om ook de taalkundige en de muzikaal-ritmische intelligentie te bedienen: Wiskundeles
Van Dalen zet zijn bril op scherp en als hij ‘Stil!’ roept, voel ik spetters Zijn krijtje vult met zacht geknerp, het zwarte bord met strakke letters. ‘Bereken’, zegt hij ‘zes keer acht plus negentien keer elf min zeven.’ Het zonlicht kust zijn cijfers zacht en wekt een trage vlieg tot leven. Het is zo rustig in de kas dat je de schoolklok aan de wand hoort. Na heel veel tikken merk ik pas: Meneer van Dalen wacht op antwoord.
door: Anita Swenneker december 2008
|