headerimage headerimage
Tel: 072 533 27 80

Leerlingbegeleiding & zorg

Passend onderwijs

Passend onderwijs is de manier waarop onderwijs wordt georganiseerd, aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Het gaat om zowel lichte als zware vormen van ondersteuning.

Het PCC maakt deel uit van het Samenwerkingsverband vo/vso Noord-Kennemerland. De negen schoolbesturen die in dit verband zijn verenigd, zijn samen verantwoordelijk voor een passende onderwijsplaats voor zo’n 15.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs in de regio. Het samenwerkingsverband streeft ernaar dat alle vo-leerlingen in Noord-Kennemerland een diploma naar vermogen behalen of een passende en duurzame plek op de arbeidsmarkt en/of in de maatschappij innemen.

Als schoolbestuur is het onze plicht ervoor te zorgen dat we alle leerlingen een zo goed mogelijke plaats in het onderwijs bieden. Daartoe hebben we een SCHOOLONDERSTEUNINGSPROFIEL opgesteld, waarin is beschreven welke extra ondersteuning we als school kunnen bieden.

Vragen over Passend Onderwijs op het PCC kunt u richten aan de heer G. Koopmanschoolondersteuningsmanager van het PCC, telefonisch bereikbaar via 072 541 03 33. 

Op de website van het samenwerkingsverband vo/vso Noord-Kennemerland is onder de knop ‘Voor ouders’ meer algemene informatie te vinden over de invoering van passend onderwijs. Daarnaast kunt u terecht bij 5010, de landelijke informatie- en adviesdienst voor ouders, via 0800-5010 (gratis). 

Leerlingbegeleiding op het PCC

Het eerste niveau: de ‘dagelijkse’ begeleiding 
Eerst en vooral mag de leerling van alle docenten en personeelsleden verwachten dat ze in de dagelijkse manier van omgaan begeleidend bezig zijn. Ondersteunen, helpen, proberen met de leerling mee te denken, corrigeren als dat nodig is. Binnen die groep van docenten en personeelsleden is er één die het eerste aanspreekpunt is voor de leerling: de mentor! Iedere klas of groep krijgt een mentor toegewezen. De mentor is óók het eerste aanspreekpunt voor ouders. Tot de dagelijkse begeleiding wordt ook gerekend de hulp door de docent na de les.

Het tweede niveau: uitgebreide begeleiding 
Uiteraard kan de mentor niet alles. Soms vraagt de leerling om méér aandacht op sociaal-emotioneel terrein. De vestiging heeft daarvoor speciale docenten die ervaring hebben met allerlei sociaal-emotionele problemen: de leerlingbegeleider en de leerlingondersteuning-expert. Maar het hoeft niet altijd alleen te gaan om sociaal-emotionele problemen. De mentor en/of de rapportvergadering kan vermoeden dat er leerproblemen zijn op basis van het gedrag van de leerling tijdens de les of zijn toetsresultaten. De studiebegeleider kan dan samen met de leerling nagaan wat er aan de hand is, soms door middel van één of meer testen. De studiebegeleider stelt in overleg met leerling en ouders een hulpprogramma op ter ondersteuning bij leerprocessen, bv. steunlessen rekenen en taal, dyslexie-ondersteuning, faalangstreductie en examentraining.

De mentoren de decaan spelen vervolgens een heel centrale rol in de begeleiding van leerlingen én ouders als het gaat om het keuzeproces (loopbaanbegeleiding en –oriëntatie). Wat is immers de beste leerweg? Welk ‘profiel’ moet je kiezen? Hoe ga je om met keuzevakken? Welke vervolgopleiding past het beste bij je?
Komen leerling, ouders, mentor, leerlingbegeleiders en decaan niet uit de keuzeproblematiek, dan zijn er beroepskeuze­testen.
Ook kunnen zich leer- en/of gedragsproblemen openbaren die extra, gespecialiseerde aandacht vergen. Om aan de leerproblemen aandacht te kunnen besteden, is er een aantal uren remedial teaching. Ook testen en orthodidactische trainingen zijn mogelijk.

Het derde niveau: specialistische begeleiding 
De school beschikt over een ondersteuningsteam van deskundigen van binnen en buiten de school, dat - als het écht mis dreigt te gaan - nagaat wat er aan de hand is en wat er het beste kan gebeuren.
Als er te grote sociaal-emotionele problemen zijn, dan verwijst de expert leerlingondersteuning in overleg met de leerling en/of de ouders naar de externe hulpverlening.
Het Petrus Canisius College wordt ondersteund door een Jeugd en gezinscoach. Op verzoek van school, leerling en ouders kan deze zorgen voor een eerste ondersteuning. In geval meer hulpverlening nodig is, kan deze de schakel zijn naar de externe hulpverlening en een doorverwijzing helpen ondersteunen. Daarnaast adviseert de Jeugd en gezinscoach het onderwijsteam in het algemeen. 

Na de onderbouw
Dan is het systeem van begeleiden per vestiging verschillend. Studiebegeleiders (afdelingsleiders), mentor (coach), decaan en zorgcoördinator blijven daarbij een belangrijke rol spelen en het inschakelen van specialistische hulp blijft mogelijk. Meer informatie hierover is te vinden op de vestigingswebsites:

Dyslexiebeleid

Het PCC heeft een dyslexieprotocol. In dat protocol staat beschreven hoe op de vestigingen wordt omgegaan met leerlingen met dyslexie. Doel daarbij is altijd om de leerling zo veel mogelijk in de les mee te nemen en de leerling te helpen waar dat nodig is.

Er is altijd een dyslexieverklaring vereist voor ondersteuning en faciliteiten. Elke vestiging heeft een dyslexiecoach die de routes kent en kan helpen bij het vinden van de noodzakelijke hulp en faciliteiten.

De eisen bij de eindexamens zijn streng, ook voor leerlingen met dyslexie. Daarom gelden de maatregelen in het dyslexieprotocol tot de start van het schoolexamen (SE); bij het SE gelden de landelijke normen die ook bij het CSE (Centraal schriftelijk eindexamen) van toepassing zijn. In klas 3 en 4 vmbo/mavo, klas 4 en 5 havo en klas 4, 5 en 6 vwo worden de examens voor leerlingen met dyslexie afgenomen conform artikel 55 van het Eindexamenbesluit.

De dyslexiecoach van de vestiging kan verdere informatie verstrekken.