headerimage headerimage

Wie was Petrus Canisius?

Het PCC heeft een naamgever, de heilige Petrus Canisius. 
Petrus Canisius, geboren in Nijmegen in 1521 geloofde dat ieder mens evenveel waard is, omdat iedereen een kind van God is. Hij zag ook dat de wereld onrechtvaardig is en de zwakkeren het onderspit delfden. Hij koos de kant van de zwakkere en nadat hij Ignatius van Loyola en zijn ideeën had leren kennen, sloot hij zich aan bij de - toen net opgerichte - Orde van de Jezuïeten. In de traditie van de Jezuïeten stichtte Canisius scholen. Hun droom was dat goed onderwijs beschikbaar moest zijn voor iedereen, arm of rijk. Goed onderwijs geven betekende in deze context niet alleen overdracht van kennis maar vooral ook pedagogisch zo handelen, dat de leerling de kans krijgt goede ervaringen op te doen, waaruit hij inzicht kan opdoen en op basis daarvan weloverwogen keuzes kan maken (vrije wil).
Het pedagogisch handelen is eeuwenlang in de colleges overgeleverd. De spiritualiteit van Ignatius en de daaruit volgende Ignatiaanse pedagogie is een bron waar ook wij uit putten en die nog steeds actueel is. 

Korte biografie

Canisius werd geboren in 1521 als Peter Kanis, zoon van een burgemeester. Na zijn Latijnse school in Nijmegen, studeerde hij filosofie, theologie en kerkelijk recht. In 1543 trad hij, na een ontmoeting met de Jezuïet Pierre Lefèbre, als eerste Nederlander in bij de toen net opgerichte orde der Jezuïeten. Hij doceerde in zijn leven op verschillende plaatsen in Duitsland. Ook nam hij deel aan het Concilie van Trente. Canisius overleed te Fribourg in Zwitserland op 21 december 1597. Op 21 mei 1925 is hij op grond van aan hem toegeschreven genezingswonderen heilig verklaard door paus Pius XI, die hem tevens de eretitel van kerkleraar schonk. Zijn feestdag wordt in ons land gevierd op 21 december.

Hervormer van het onderwijs 

Canisius vond dat goed onderwijs beschikbaar moest zijn voor zowel arm als rijk. Hij maakte leerboeken toegankelijk voor analfabeten door illustraties toe te voegen en hij was altijd bezig om nieuwe leermethoden en leermiddelen te bedenken. Hoewel het in de Middeleeuwen heel gewoon was om kerker en roede te gebruiken als strafmiddel, was Canisius voorstander van een systeem van wedijver als drijfveer om beter te gaan presteren. Hij regeerde zijn klassen met straffe hand, maar zo veel mogelijk zonder te straffen, want hij wilde voorkomen dat kinderen ontmoedigd raakten om te leren. Hij probeerde hen te stimuleren om in zichzelf te geloven. Mocht straffen toch noodzakelijk zijn, dan gebeurde dit buiten de les, door een zogenaamde ‘corrector’.

Zijn visie op het individu

Canisius vond het noodzakelijk dat scholen behoorlijk gehuisvest waren en beschikten over een goed onderhouden tuin en een rijk voorziene bibliotheek. Hij eiste dat onderwijzers wetenschappelijk waren gevormd, dat ze passend gekleed gingen, zichzelf goed verzorgden, in goede harmonie met elkaar leefden en dat zij bezield hun werk deden. Canisius wilde dat scholen met het uitgangspunt van het Humanisme - ‘de vervolmaking van de mens’ – in gedachte, leerlingen opleidden tot zelfstandige wezens die maatschappelijk een rol van betekenis konden spelen. Daarom paste hij het onderwijs ook zoveel mogelijk aan het individu aan. De leerlingen waren niet ingedeeld in klassen of schooljaren, maar kregen ieder individueel van de onderwijzer opdrachten. Op school werd dus rekening gehouden met de natuur van iedere individuele leerling en er werd niet automatisch van iedere leerling hetzelfde verwacht.

Canisius en het moderne onderwijs

Canisius paste het onderwijs zoveel mogelijk aan het individu aan en hij zag in zijn tijd dus al het belang in van een doorgaande leerlijn in het onderwijssysteem. In het onderwijs op het PCC is met enige creativiteit de lijn van Canisius nog te herkennen. Zelfs de naschoolse opvang zou - vanwege de morele vorming van het kind – vermoedelijk in zijn systeem hebben gepast, want tenslotte waren er aan zijn colleges ook internaten verbonden. Hij zag in zijn tijd al het belang in van een doorgaande leerlijn in het onderwijssysteem.

Zijn laatste jaren

Hoe zeer de jeugd hem aan het hart ging, blijkt wel uit het feit dat Canisius zelfs tot in zijn laatste levensjaar, toen hij als hulpeloze grijsaard aan zijn bed was gekluisterd, zijn medebroeders erop bleef wijzen hoe belangrijk de vorming van de jeugd was en respect voor elkaar, rechtvaardigheid en solidariteit.